home
succesvolle openbare ruimte
Canon mobiliteit en ruimte
Slow Motion
Gebiedsontwikkeling en mobiliteit
Multimodale infrastructuur
Imagineering
Studentonderzoek
curriculumactiviteiten
Over het lectoraat
Werkprogramma 2008-2010
Werkprogramma 2011-2012
De bewonerswensen ten aanzien bereikbaarheid en de leefbaarheid staan op gespannen voet. Een goede bereikbaarheid vraagt om ruimte voor onder meer infrastructuur, parkeergelegenheid en openbaar vervoer. Vanuit leefbaarheidoptiek wordt een aantrekkelijk openbare ruimte gewenst met ruimte voor groen, speelgelegenheden en een minimum aan geluidsoverlast of vervuiling. Hiermee leggen beiden een claim op de openbare ruimte. Dit is echter een schaars goed in Nederland.
 
Door diverse sociale en maatschappelijke ontwikkelingen zal spanning tussen de benodigde ‘verkeersruimte’ en ‘verblijfsruimte’ in de toekomst toenemen. Een goede inpassing van bestaande en nieuwe infrastructuur in de ruimtelijke omgeving is daarom essentieel. Het lectoraat zoekt binnen dit thema naar de werking van verschillende ontsluitingsstructuren, naar mogelijkheden om barrièrewerking te verminderen en naar de ontwikkelingen in de spanning tussen de verkeers- en verblijfsfunctie op openbaarvervoerstations.
 
Onderzoeksrichtingen:
  • Bewonersonderzoek naar houding ten opzichte van ‘slimme’ ontsluitingsstructuren zoals selectieve ‘knippen’ in de auto-infrastructuur (hoe gaan ze hiermee om, levert het meer (omrijden) of juist minder autokilometers op (door minder gebruik auto en gebruik alternatieve vervoerwijzen)?
  • Overkomen van barrièrewerking van infrastructuur (hoe kunnen met slimme inpassing en/of mitigerende maatregelen de negatieve effecten van infrastructuur worden geminimaliseerd)? Kan met een andere ‘mindset’ (bijvoorbeeld infrastructuur en directe omgeving als ‘land mark’ en als kansrijk ontwikkelingsgebied) oplossingen bieden?
  • Onderzoek naar de ontwikkeling van de verkeers- en verblijfsfunctie van OV-stations en de toenemende spanning hiertussen. OV-stations worden steeds vaker gezien als ‘poort naar de stad’ en er wordt veel geïnvesteerd in ruimtelijke ontwikkeling. De verblijfsfunctie staat echter op vaak gespannen voet met de hoge ruimtevraag voor mobiliteit. Welke trends zijn waarneembaar in het voor- en natransport, wat betekent dit voor de ‘ruimteclaim’ van verkeer op deze locaties en voor het verblijfsklimaat?
Afgeronde onderzoeken 2011:

Studentonderzoek: Stef van den Ackerveken. Relatie tussen stedenbouw en mobiliteitsmanagement. Research Partner: Grontmij.